Lou Voorthuijzen officiele website

          

Lou aan het woord:

 

 

De ontmoeting van Lou met de hoogste waarheid:

                                        De verschijning van de ster!     

                                  “Het teken van de zoon des mensen”

Lou vertelt in september 1957 in ‘De Brakke Grond’ aan een volle zaal zijn ervaring met de verschijning van de Ster. Dit gebeurde omstreeks half augustus 1927 en Lou was toen 29 jaar. Deze bijzondere ervaring was voor hem de aanleiding om in 1950 te komen tot zijn verkondiging (lees ook het artikel “Godmens”).

De onderstaande tekst is letterlijk gesteld zoals deze door Lou werd uitgesproken!

Lou vertelt:

“…ik was lid van een kleine groep, een mengsel van Baptisme en Pinkstergemeente. De grote doop van onderdompeling, want de schrift gaf daar getuigenis over. Ik spreek nu van dertig jaar geleden. De kinderdoop was het niet, maar het was de doop door onderdompeling, in vergeving van de zonde, waar de aflegging van de oude mens mee geschiedde.

Gelijkerwijze Jezus Christus was opgevaren tot de heerlijkheid des Vaders, wij in nieuwigheid des levens zouden wandelen. ‘ Dus een bijbeltekst, dat was het!

In het midden daarvan was ik dertig jaar geleden, daarin kreeg ik gaven, ik kreeg profetieën, ik kreeg talen, ik kreeg krachten, dus alles was in mij aanwezig. Ook kreeg ik krachten boven die in de gemeente werden gevonden. Ik ging door de materie heen kijken, ik ging verborgenheden ruiken en als ik ze geroken had, dan kon ik het aan hen vertellen. Het was buiten het begrip om!  Ik kon gedachten lezen, ik kon hun vertellen wat zij deden en wat zij moesten doen om welvaart in het leven te verkrijgen. Zij noemden mij een profeet, anderen noemden mij de man Gods en daar ben ik ook jaren tussen geweest en toen is er iets gebeurd:

Op een nacht was ik op zee, op het strand, met laarzen aan.

Dat was op het strand van de Zuiderzee, want dat valt daar tussen de Eeuwijksluis en den Helder kilometers ver droog. Dat was in 1927, daar is mij toen een ster verschenen en ik wist niet wat mijn overkwam, maar de stem die tot mij kwam was deze:

                                 “Zie het teken van de Zoon des mensen”

Ik kon het niet verstaan, nochtans staat dit teken tweemaal in de bijbel. Er staat:

“Alsdan zal aan de hemel verschijnen het teken van de zoon des mensen”.

De andere apostel verklaart: “alsdan zal in de hemel verschijnen het Teken van de Zoon des Mensen”.

En zo is het dan geschied, want beide apostelen hadden gelijk. De ster stond eerst aan de hemel en is in het verloop van een kwartier, met grote snelheid opgestegen en is in de hemel opgegaan, want ik zag hem niet meer.

Daarna is de ster weer teruggekomen en toen die ster terug was gekomen; toen kreeg ik weer deze woorden: Zie het teken van de zoon des mensen!

En toen werd ik bevangen als door een geest en die bevanging was deze, dat ik ging lopen op dageraads vleugelen. Ik was niet meer, maar het was een openbaring!. En toen zag ik de wijzen uit het Oosten; wij hebben zijne ster gezien! En toen werd het mij geopenbaard dat het  hét teken was van zijn wederkomst.  En zo heb ik de openbaring daarin gekregen.

Ik ben toen over een poel met putten gelopen, waar een reiger zelfs niet op kon staan. Ik ben er overheen gegaan, want ’ ik’ was niet meer, want alleen de openbaring en de kracht die in mij was, bestond alleen.

Het menszijn was op dit moment weg en toen ik weer op de zeedijk stond, buiten het strand, kwam mijn menselijke herinnering terug en zag ik dat ik op een plaats aan de dijk gekomen was, waarvan ik heel goed wist dat dat niet kon! Toen ben ik naar beneden gegaan om dat wonder te aanschouwen, om te zien hoe dat nu eigenlijk kon.

De gedachten des mensen, en ik spreek nu van mens uit want ik was nog in totaliteit mens, zoals u nu bent. Ik ben naar beneden gegaan en ik heb mijn stappen op het slib gezien, alsof het hard zand was. De tekenen onder de laars waren de afdrukken, die heb ik op het zand gezien. En ik stapte op zo’n afdruk, menende dat het hard was en zat toen tot mijn schouders toe in de blubber.  Ik heb mij weten om te wentelen en ben er uit gekropen, zeer verschrikkelijk!

Ik ben over de dijk gegaan en daar was een kanaal, het Balgkanaal. Daar ben ik ingekropen en heb mij daar flink afgewassen, want het was net wagensmeer, zo vet.  En nadat ik mij flink had afgewassen -ik was wel doornat maar dat gaf niet- ben ik maar even verslagen op de dijk gaan zitten. Want ik wist het niet meer. Daarin zien wij het menszijn. Ik ben naar huis gekuierd.

De ster is geweest van ’s nachts half drie tot tegen de middag elf uur. Zolang heb ik hem gezien en toen ben ik gaan slapen. Nadien heb ik hem nooit meer gezien, maar toen was er wat in MIJ en dat kon ik niet thuisbrengen van mijn menszijn uit. Ik wist niet wat dat was! Dan was er weer licht, dan voelde het weer als een kracht en dan was het weer iets geweldigs en daar heb ik drie dagen mee lopen worstelen. Want wat dat nu eigenlijk?

En toen het doorbrak, was het Geloof!

Daar stond de grote Lou, de man God’s, de profeet!  Hij had geen kennis aan ‘geloof ‘.Het was allemaal slechts inbeelding van de Satan. Het was allemaal waan van de Satan, waan en verwaandheid van de macht van de duisternis die zichzelve tot licht wilde stellen.

En toen ik verstond dat dit het ‘geloof ‘ was, is dat ‘geloof ’ gaan knokken tegen hetgeen, dat in mij de heerschappij voerde. ( Ik spreek nu naar menselijkerwijs: in mij ).

Vandaaruit dat dat geloof in mij zo krachtig en krachtdadig werkte, dat de Satan daardoor vreselijke angsten kreeg en de stof met angst werd bevangen, door de heerschappij van de macht van de Satan.

Toen verstond ik, dat dat het geloof van Jezus was ( Ik spreek naar menselijkerwijs ).

Ik verstond dat dit het geloof van Jezus was dat vocht tegen de heerschappij en de macht van de Satan. Toen heb ik verschrikkingen doorgemaakt die ik u hier niet kan vertellen.

Maar ik ben ook naar de vergadering van de pinkstergemeente teruggekeerd en daar heb ik gezegd: Dit is de laatste maal dat ik hier aanwezig ben, want, zei ik, hetgeen mij hier bevangen had als profeet en man God’s dat was Beëlzebub, de vader van de Duivel.

Niemand kent hem, ik kende hem ook niet. Daarin hebben ze mij allemaal voor gek verklaard, want Lou was gek geworden!.

Nee! het puntje van normaliteit brak door, de gekke moest verdwijnen en daarin is maar één jongen mij nagevolgd. Maar één uit een hele groep. Hij is nóg onder de Lou-groep en die jongen weet dat ik niet lieg, want hij kent de waarheid. En vandaaruit is het wel een hoogspanning geworden.

Want het geloof van Jezus Christus ging strijden tegen de heerschappij en de macht van de Satan en dat is in deze stof geschied. De Satan is door het geloof van Jezus Christus vermorzeld en verbrijzeld! Maar weet u waar ik geen kennis aan had? Ik was het zélf die vermorzeld en verbrijzeld werd, want ik had geen zelfkennis van het beginsel Gods!

Dus naar mijn gevoelens want de Satan liet gevoelen als verbrijzeling. Zo heb ik de verbrijzeling in de stof gevoeld als mezelve, want ik-mijzelve was de Satan. Nu is is ik-mezelve God, zegt ‘God ‘. En toen was ik-mezelve de Satan!.

Zo heb een vreselijke tijd doorgemaakt. Veertig dagen en veertig nachten heb ik niet kunnen slapen en ook niet kunnen eten. Want ik lag gewoon ter slachting. En het einde was zeer bitter, want de stof kon het niet meer verdragen. De dokter verklaarde dat ik geen druppel bloed meer had, want mijn ouwelui haalden er de dokter bij. Want dat was toch niet meer verantwoord.

En zo is dan de laatste nacht der verscheiding gekomen en toen de laatste nacht der verscheiding was gekomen heb ik na die veertig dagen en veertig nachten een verschrikking meegemaakt tot op de bodem der hel, wat ik u niet kan verklaren. Want de verschrikkingen van de bodem der hel, de angsten, konden niet meer oplopen! De angsten versloegen in vastigheid, wat betekent: de gevoelens van smarten in de eeuwigheid, waaraan nooit een einde zou komen. En die angsten werden smarten!

De smart liep op, de smart droop van mij af, want ik heb het niet kunnen dragen naar de stof. Daarin ben ik buiten het lichaam gerukt geweest en drie dagen en drie nachten op de bodem der hel geweest, want de stof kon het niet meer verdragen. Daarin heb ik de eeuwige verdoemenis en de eeuwige verlorenheid meegemaakt, want er was voor mij, ik de duivel in de gevoelens van mezelve, geen uitkomst meer!

Het was mijn schuld, dat de ongerechtigheid in de wereld was.

Het was mijn schuld, dat de zonde in heerste in de wereld.

Het was mijn schuld dat de verdorvenheid heerste.

Dat waren de gevoelens van de Satan, als mezelve! Daarin ken ik de begoocheling en weet wat de begoocheling is. Daarin was de hope gevloden, het was verloren, eeuwig verdoemd, nooit meer terug kunnende. Een lichtpuntje als een knop van een speld zag ik in het midden der ziel. En dat lichtpuntje als de knop van een speld heb ik gezien. Maar vanwege de hoge smarten kon ik daar geen acht op geven. Het is gegroeid, het is geworden, tot de grootte van een gulden, de smarten wonnen het nog. Op het lichtpuntje kon ik geen acht geven, want dat was niet mogelijk.

Toen kreeg het de uitstraling van het licht en de uitstraling van het licht straalde door en werden gevoelens en de gevoelens pakten mij. Het waren gevoelens van blijdschap en die gevoelens van blijdschap kon ik niet thuisbrengen. Want de smart was hevig en naarmate ik mij overgaf aan die blijdschap, ging die smart doven en toen de blijdschap had overwonnen, vroeg ik mijn af: Waarom ben ik nu zo verblijd? Waarom? En toen zag ik het: Omdat God rechtvaardig was!

Dus trots alles had de rechtvaardigheid die uit God was overwonnen, want ik was verblijd dat God rechtvaardig was.

Want ik had hem geacht, terwijl ik mezelf als eeuwig verdoemd voelde, nochtans een rechtvaardige God te zijn. Toen verstond ik het zaad Abrahams. Abraham had God geloofd en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend.

En hierin heb ik God geloofd en de toerekening der rechtvaardigheid was verkregen! Het was niet in mij, het was van God en daarin was de rechtvaardigheid toegerekend en toen bevond ik mijzelve weer in het lichaam terug.

Dat zijn de dingen die ik heb meegemaakt, niet als een droom, maar als een echte waarheid. Als  Satan zelve ben ik tenietgedaan en dat heb ik in die Pinkstergemeente van

tevoren moeten verkondigen. Ik heb mij op de borst geslagen en heb gezegd: profeet? Ben ik niet! Een man Gods? verre van dat!  Ik, de duivel, moet teniet gedaan worden!.

En zo ben ik dan als de duivel tenietgedaan. Daarin is de stof overgebleven en God heeft zijn stof tot zich genomen en God is met zijn eigen stof mens geworden.

En dat is waarvan ik vanavond getuig.

                                             ========================

Ik heb de uitgesproken tekst over de ervaring van Lou met de verschijning van de Ster, omwille van de leesbaarheid met een toelichting opnieuw geschreven. Ik heb hierbij getracht niets aan de inhoudelijk hiervan te wijzigen en of te verbeteren.

U kunt deze vinden onder de rubriek artikelen.

Rudolf

============================================================

Uit een Brakke Grond-rede van april 1957:

"Schepping betekent God onbewust. God is zichzelfe en de schepping wordt alleen God's aanzien, want er is geen aanzien van God zonder schepping. Deze dingen staan beschreven in de bijbel: Philippus zei tegen Jezus: "...toon ons de Vader en het is genoeg!" waarop Jezus antwoordde :"Philippus, hebt ge mij gezien, dan hebt ge de Vader gezien!". Maar de levende ziel ligt nu bij de mens als dood onder Satans medemacht als denker. Satan heerst als een God over het brein en denkvermogen van de mens. Als de stof door het levendmakend woord godvruchtig wordt opgewekt,dus tot leven wordt gewekt, dus weer een levende ziel wordt, keert deze levende ziel in eenheid met de schepping vrijwillig tot God terug, waarbij de ziel bekrachtigd wordt met de eigenschappen van God in het stof....".

Uit een Brakke Grond-rede van april 1958:
 

"Ik wil U vanavond en inzage geven aangaande het nieuwe koninkrijk":

"Wij weten allen, dat Jezus eens heeft uitgesproken: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld".
Zijn Koninkrijk was het rijk der hemelen en niet uit deze wereld. Maar mijn Koninkrijk is  wel uit deze wereld, maar het is niet als deze wereld! Dus alles wat in deze wereld gevonden wordt als deze wereld, komt niet in dat koninkrijk! Voor het intrekken in het Koninkrijk Gods op aarde moet er één ding gebeuren: de begoochelde ik moet opgeheven worden. Precies zoals destijds door de prediking van de Apostelen de Satan het van de Heilige Geest moest ver1iezen. Satans macht werd toen door de Heilige Geest opgeheven, over hun wil, hun zin, hun natuur, hun gevoelens, hun horen, hun zien en verstaan; over de eigenschappen van het lichaam dus. Zo kwamen ze onder de macht van de liefde, waardoor zij de werkelijkheid des levens waren...".

"Datgene dat wij menen zelf te zijn moet weg! Het Koninkrijk der ganse aarde wordt opgericht, maar er zullen weinigen zijn die dat zelf zullen vinden, omdat de herstelling van het Koninkrijk der ganse aarde een verborgenheid is, en dat mysterie ligt alleen bij god als kenner van zijn schepping...!".

"Er is er EEN die Zijn schepping kent, en dat is de Schepper. Twee dingen zal hij dan uitspreken: weten, u moet alwetend worden en “schepsel, u moet schepper worden!
Dat zal in het Nieuwe Koninkrijk gevonden worden..."!.

"God verloochent zijn schepping niet, al is het een vaag overblijfsel wat van de schepping uit nog overgebleven is, namelijk het weten (de Ziel), dat zichzelf niet kan zijn en dood ligt onder de macht van de denker en het schepsel, dat ook zichzelf niet kan zijn...!".

"De mens moet naar God terug, dan zal dat wat nog overgebleven is van de mens, vanuit God opnieuw mens moeten worden.
Mens moeten worden door het leven...!".

"En daarom zullen in het opgerichte Koninkrijk, dat nu komend is geen doden gevonden worden. Dat zal het Koninkrijk zijn van de Levenden en die Levenden zullen zijn als de Engelen Gods, want zij zijn kinderen der opstanding. Die kunnen niet meer sterven, omdat zij Kinderen der Opstanding zijn. Dat zijn de dingen die NU in de wereld gaan geschieden...!".

"Daarom spreek ik van de kinderen der opstanding! Dat zijn de Kinderen van het nieuwe koninkrijk! Het koninkrijk van deze wereld wordt hersteld! Het zal de overwinning van God zijn van schepping uit...!".

 

Uit een Brakke Grond-rede van 1958 (B3/4): 

"Hier zit hij, Heidenen!. gelooft gij het niet? dan behoort hij  die het niet gelooft hier te zitten. Ik ben de allerhoogste rechter, ik spreek alle schepselen der wereld vrij. Zij hebben nooit gezondigd. Zij kunnen zelfs niet zondigen, want de zonde zelf is de geest. Betreurlijk zit ik hier te koop als een mannetje, maar ik zeg u; het is nog veel te mooi, het zou een gorilla moeten zijn. Wat was het uiterlijk van Jezus voor het Joodse volk? Een man van smarten, verzocht in krankheden. Een ieder zijn aangezicht voor hem verbergende, want hij had nog gedaante noch heerlijkheid. Zo sprak de profeet Jesaja. Hij was zo lelijk dat ze hem verworpen hebben. Weg met die mens! En hoe denkt u over deze Lou? Ga uzelf eens na, misschien zult u nog eens tot de erkenning komen dat het van God uit nog een grote tegemoetkoming is dat hij als lelijk mens verschijnt en niet als gorilla want dan moest u hem ondanks dat ook geloven".

"Heidenen, waar vaart gij heen? Voor diegenen, die menen van de Bijbel uit in de Hemel te kunnen klimmen behoef ik maar één bijbeltekst aan te halen. Deze staat in Openbaringen en U kunt het allen lezen. De tekst luidt: alle volkeren en natiën en talen en tongen zijn verleid door het Beest.
Dat dit zo is heb ik tijdens mij redevoering van de vorige maand hier ondervonden".

"de getuige van Jehova zei: ik niet. De Bijbelruiter, of liever schriftgeleerde als zichzelve, inzichzelve ,door zichzelve en met zichzelve de Bijbel, zei ook: ik niet!
De Hervormden, de Gereformeerden de Baptisten en de Lutheranen die onder de prediking van dominee of voorganger zijn, zij allen zeggen:
ik niet!. Ik ook niet zeggen de heilssoldaten van het leger. De Katholieken zeggen: wij niet, want wij hebben het oude. Zelfs de atheïsten zeggen: wij helemaal al niet en ik zeker niet, zegt de wijsgeer heel wijs!
 

“Dus, zegt deze Lou, dan is er maar één conclusie mogelijk: dan hebben alle volkeren en natiën, de talen en de tongen het beest verleid! Maar aangezien Lou deze bijbeltekst “tot de rechten der waarheid”neemt, zijn alle volken, natiën, talen en tongen verleid door het beest! Hiermede weet men natuurlijk nog niet wie dat beest is en dat is ook niemand kwalijk te nemen....".
 

"Op het ogenblik zijn er in Nederland 72 verschillende leringen met de Bijbel.(uitgesproken in februari ‘58) Begrijpelijk is het dan ook dat in die 72 leringen niet verstaan wordt, dat allen verleid zijn door het beest. Hoe heeft het beest het voor elkaar gekregen om alle te verleiden? : door uw eigen ik” en dat is de denker, want zoals u er over denkt, zé bent u verleid met en door de Bijbel!".
 

"Daarmee zeg ik niet dat datgene dat in de Bijbel staat leugen is. Dat heeft deze Lou nog nooit gezegd. Deze Lou zegt alleen, dat alle volkeren, natiën, talen en tongen verleid zijn met de Bijbel. Wat in de Bijbel staat is geen leugen, maar zoals men er over denkt, dat is leugen ".
 

"Weten leidt nooit tot “heilig zijn”, want het zijnde Gods is altijd vanuit de hemel verkregen. De profeten kregen hun geïnspireerde inzagen uit de hemel en deze profetieën werden daarna door de profetenschrijvers opgeschreven Wat nieuwtestamentisch wordt verkondigd is ook van boven verkregen. Het is door de Heilige Geest verkondigd en daarna neergeschreven. Ontstaan uit werkelijkheid en waarheid, is die letter, zoals deze beschreven staat, de waarheid, maar niemand kan de waarheid uit die letter verkrijgen!
De antichrist verhindert het om dat te verstaan!”

 
"Weten uit de Bijbel is het grootse beest dat de wereld ooit gekend heeft. Dat is wat die tekst in het boek Openbaringen bedoelt, want beest wil zeggen lering, welke leer hebt u uzelve toegedaan? Wat hebt gij uzelve daarvan toegediend?”.